Het kabinet wil dat de AOW-leeftijd voortaan bij ieder extra verwacht levensjaar met één jaar stijgt. Dat is sneller dan in het huidige systeem, waarin de AOW-leeftijd met acht maanden meebeweegt. Het nieuwe stelsel zou in 2033 ingaan. Hoewel de plannen nog onderwerp zijn van politieke onderhandelingen, lijkt een verdere stijging van de pensioenleeftijd waarschijnlijk.
De aanpassing hangt samen met de oplopende kosten van vergrijzing. Het aantal ouderen groeit, terwijl het aantal werkenden minder snel toeneemt. Volgens de huidige plannen zou iemand van dertig jaar moeten doorwerken tot 71 jaar. Deze berekeningen zijn gebaseerd op CBS-prognoses van de levensverwachting.
Vragen voor werk en gezondheid
De voorgenomen stijging roept vragen op over gezondheid en inzetbaarheid. Wat betekent langer doorwerken voor mensen met fysiek zwaar werk? Wat gebeurt er met werkenden die het niet volhouden? En wat zijn de gevolgen voor sociale regelingen zoals WW, bijstand en WIA?
Ook de rol van bedrijfs- en verzekeringsartsen komt in beeld. Daarnaast worden ethische vragen gesteld, bijvoorbeeld over verschillen in levensverwachting tussen praktisch en theoretisch opgeleiden en over de koppeling tussen pensioenleeftijd en gezonde levensverwachting.
Het artikel benadrukt twee pijlers: de verantwoordelijkheid van werkgevers om werk gezond in te richten en het behoud van solidariteit voor mensen die de verhoogde AOW-leeftijd niet kunnen bereiken.
Lees het volledige artikel bij TBV-Online.