Cahier 25 – Volgend Sturen
Samenvatting

Achtergrond

Dit AKC-cahier bevat de Theory of Change (ToC) van de methodiek die is gebruikt in het project Zorgassistent-in-de-klas van Stichting Gezel, inclusief werkinstructies voor arbeidsdeskundigen die ermee aan de slag willen gaan.

Het project Zorgassistent-in-de-klas bestaat uit leerwerkplekken in het primair onderwijs (PO) en een aangepaste mbo-2-opleiding Assistent dienstverlening en zorg. De zorgassistenten (m/v) zijn voor de duur van de opleiding in dienst bij Stichting Gezel en ontvangen een salaris. De doelgroep in dit project heeft geen specifiek label. In de praktijk gaat het vaak om VSO/PRO-schoolverlaters die onder de banenafspraak vallen. Dankzij de aanpak in het project behalen de meeste deelnemers een mbo-2-diploma, terwijl zijzelf en anderen vaak dachten dat dit niet haalbaar was. Nog belangrijker is dat ze een volgende stap zetten en zich kunnen handhaven op de arbeidsmarkt.

Gezien de resultaten wil het AKC arbeidsdeskundigen meer inzicht geven in de aanpak van Stichting Gezel. Daarom hebben Aukje Smit, Frans Hoebink en Tinka van Vuuren opdracht gekregen om de succesvolle methodiek te beschrijven en overdraagbaar te maken. Dit is gebeurd aan de hand van de Theory of Change-benadering, in samenwerking met een werkgroep bestaande uit arbeidsdeskundigen, de directeur van het AKC en uitvoerders van Stichting Gezel. De aanpak was als volgt:

  • Opstellen Theory of Change. Een ToC geeft de oorzakelijke relatie tussen activiteiten en effecten weer door de input, activiteiten, output, effecten, axioma’s (aannames) en contextfactoren te beschrijven.

  • Onderbouwing ToC aan de hand van een stakeholderssessie, vier casestudies en een beknopte literatuurstudie.

  • Ontwikkelen en aanpassen van instrumenten om de effecten te kunnen meten.

  • Ontwikkelen werkinstructies en een lesplan om de methodiek uit te kunnen voeren en over te dragen.

Volgend sturen

De titel van dit AKC-cahier is ‘Volgend Sturen’, omdat dit de kern van de methodiek is. Met volgend sturen bedoelen we ruimte creëren om te groeien binnen het

vermogen dat mensen hebben en erop vertrouwen dat zijzelf een passende keuze kunnen maken. Over die keuze kan vervolgens een wederzijdse afspraak gemaakt worden. Dit is iets anders dan leidend sturen, wat betekent dat de professional bepaalt wat het beste is voor de ander. Het gaat in feite om een herpositionering van de verhouding tussen de arbeidsdeskundige en de cliënt (en zo nodig ook de familie en de cliënt). Volgend sturen vraagt veel vertrouwen bij de uitvoerders. Niet het resultaat, maar het proces staat namelijk centraal. Het paradoxale is dat juist door niet het resultaat centraal te stellen, de beste resultaten worden behaald.

Activiteiten en de manier van begeleiden

Het project Zorgassistent-in-de-klas is inmiddels afgerond. De activiteiten in dit project zijn echter ook van toepassing op vergelijkbare trajecten in een andere werkcontext (bijvoorbeeld in de ouderenzorg). Ook de manier van begeleiden (volgend sturen) is breder toepasbaar: niet alleen bij cliënten met een afstand tot de arbeidsmarkt, maar ook bij re-integratietrajecten in het eerste en tweede spoor (met name als cliënten vastlopen in de reguliere aanpak).

De Theory of Change

Onderstaand schema geeft een samenvatting van de ToC van het project Zorgassistent-in-de-klas.

De ToC van Stichting Gezel bestaat uit een aantal onderdelen:

  • De contextfactoren geven aan wat het voor de doelgroep lastig maakt om zich verder te ontwikkelen en een plek te vinden op de arbeidsmarkt. Er zijn belemmeringen bij instanties (het systeem), werkgevers en de doelgroep zelf. Een belemmering die veel voorkomt is dat mensen uit de doelgroep benaderd worden vanuit bepaalde verwachtingen waar ze niet aan kunnen voldoen of vanuit een negatieve verwachting.

  • De input is alles wat er nodig was om van start te kunnen met de activiteiten: input van Stichting Gezel, van andere partijen en aanvullende financiering.

  • Bij de activiteiten gaat het om de kernactiviteiten die behoren bij de aanpak:

    1. Voorlichting en groepsintake: met een informatiebijeenkomst en een groepssollicitatie wordt ruimte gecreëerd om toegelaten te worden tot het traject.

    2. Opleiden op maat: het opleidingsniveau is een startkwalificatie (mbo-2). Het leervermogen van de student is leidend en niet het systeem van de opleiding. In de opleiding wordt daarvoor ruimte gemaakt.

    3. Begeleiden van het ‘leren werken’: de deelnemers krijgen een passende leerwerkplek in groep 1 en 2 van het PO. De juf of meester is ook de werkbegeleider.

    4. Betrekken van de omgeving: het is niet vanzelfsprekend dat mensen zich ontwikkelen als hun omgeving niet meeverandert. Een interventie kan nodig zijn om ruimte voor groei te creëren.

  • De output betreft de telbare ‘producten’: een diploma en de volgende stap (een baan en/of vervolgopleiding).

  • De effecten zijn gedragsveranderingen bij de doelgroep en andere partijen. Daarbij wordt onderscheid gemaakt in kortetermijneffecten, langetermijn-effecten en indirecte effecten:

    1. Kortetermijneffecten bij de doelgroep: meer werknemersvaardigheden, zelfinzicht, zelfregie, verantwoordelijkheid nemen en zelfvertrouwen.

    2. Langetermijneffect bij de doelgroep: zich kunnen handhaven op de arbeidsmarkt.

    3. Indirecte effecten: een positiever perspectief op het inzetten van de doelgroep in het PO bij de betrokken schoolleiders en werkbegeleiders.

  • De axioma’s (aannames) hangen samen met de manier waarop de activiteiten uitgevoerd moeten worden:

    1. AXIOMA 1: Als je vrij van verwachtingen bent, geef je ruimte om te groeien Als je geen verwachtingen hebt, hoeft de ander daar ook niet mee bezig te zijn. En dat levert ruimte op. Mensen gaan dan keuzes maken vanuit een eigen behoefte. Hier kun je vervolgens afspraken over maken.

    2. AXIOMA 2: Als mensen doen wat ze kunnen, ontstaat er ruimte om te groeien De route is niet belangrijk. Het gaat om de stappen die iemand zet. Als een taak te moeilijk is waardoor iemand geen stap kan zetten, moet de taak teruggebracht worden naar een uitvoerbare activiteit. Samen zoeken naar de ruimte die groot genoeg is om te kunnen bewegen en klein genoeg zodat het veilig is.

    3. AXIOMA 3: Een veilig groepsklimaat bevordert de individuele ontwikkeling Vooral bij een nieuwe groep kan er sprake zijn van oplopende emoties, conflicten en competitie als de posities in de groep worden ingenomen. Het is dan belangrijk om te zorgen voor veiligheid in de groep. Dat kan door gelijkwaardig te communiceren en gebruik te maken van de wetten van groepsdynamica.

    4. AXIOMA 4: Duurzame groei kan alleen plaatsvinden als de omgeving mee-verandert

De cliënt is onderdeel van een systeem. Vanuit het systeem is leidend sturen de standaard. De werkgever wil echter dat mensen zelfstandig zijn. Het is daarom van belang om betrokkenen in de omgeving te helpen de verandering te accepteren.

Taakverdeling

De regiocoördinatoren van Stichting Gezel doen de voorlichting en groepsintake, zij coördineren alle activiteiten en treden op als werkgever. De uitvoering is in handen van de docenten van de opleiding, de werkbegeleiders van de PO-scholen (juffen, meesters) en de jobcoaches. Bij problemen in de uitvoering kunnen zij een beroep doen op de coördinator.

Onderbouwing

Bij het onderbouwen van de ToC staat de vraag centraal of het aannemelijk is dat de beoogde effecten met de activiteiten worden bereikt en of de axioma’s kloppen. In het project is de ToC onderbouwd aan de hand van:

  • Een stakeholdersconsultatie Tijdens deze bijeenkomst hebben stakeholders de werking van de ToC bevestigd. Daarnaast hebben ze de ToC met vragen en aanvullende informatie verder verduidelijkt.

  • Casestudies Er zijn vier casestudies uitgevoerd bij ex-leerlingen van Stichting Gezel. Voor elke case is de ex-leerling, zijn of haar moeder en de jobcoach geïnterviewd. Ook de coördinator heeft input gegeven. De cases onderbouwen het belang van de vier activiteiten in het project Zorgassistent-in-de-klas en de daarbij gehanteerde methodiek Volgend Sturen. Elke case is echter anders en daarmee ook de aspecten die vooral belangrijk zijn voor het succes.

  • Een beknopte literatuurstudie. De aanpak (of onderdelen daarvan) blijken goed aan te sluiten bij een aantal veelgebruikte wetenschappelijke theorieën en modellen die bewezen effectief zijn: het integratief gedragsmodel, de Capability Approach, de zelf-determinatie-theorie, de sterke-punten-benadering, de cliëntgerichte benadering, de systeem- en communicatietheorie en het fasenmodel van Tuckman.

Al met al is het zeer aannemelijk dat de output en kortetermijneffecten het gevolg zijn van de uitgevoerde activiteiten en de manier van begeleiden in het project Zorgassistent-in-de-klas. Of dat voor de langetermijneffecten – dat de doelgroep zich kan handhaven op de arbeidsmarkt – ook het geval is, zal nader onderzoek moeten uitwijzen.

Meetinstrumenten

Voor arbeidsdeskundigen die in een vergelijkbaar leerwerkproject met de methodiek willen werken, zijn twee ‘meetinstrumenten’ ontwikkeld/aangepast. Een Excelbestand om de output bij te houden en een formulier ‘Evaluatie ontwikkeling zorgassistent’ als indicatief groei-instrument. Het formulier laat zien waar de cliënt op dat moment staat in het proces en waarop gecoacht moet worden. Er is een versie beschikbaar voor de zorgassistent in de klas en een versie voor de zorgassistent in de ouderenzorg. Van beide instrumenten is in bijlage 3 een versie opgenomen. Wil je het formulier aanpassen naar een andere functie, dan zijn de Excelbestanden beschikbaar via de website van het AKC.

Werkinstructies en lesplan

Dit AKC-cahier bevat zowel bij de vier activiteiten als bij de axioma’s praktische werkinstructies voor arbeidsdeskundigen. Via de training Volgend Sturen kunnen arbeidsdeskundigen de vaardigheden oefenen die nodig zijn om te kunnen werken volgens de methodiek.