Cahier 21 – Robotisering en de gevolgen voor arbeidsbelasting en het arbeidsdeskundig vak
Voorwoord

Arbeidsdeskundigen krijgen bij de beoordeling van arbeidsbelasting en de advisering over de balans tussen belasting en belastbaarheid steeds vaker te maken metrobotvormen. Vast staat dat er met deze nieuwste technologie heel veel mogelijk is. Wat dit voor de werkende mens gaat betekenen – en specifiek voor mensen met beperkingen – daar gaat dit onderzoekscahier over.

De arbeidsdeskundige beroepsgroep wil meer inzicht krijgen in wat er gaat gebeuren als robots en ICT-systemen taken gaan overnemen. Wat gebeurt er dan met de taken die mensen uitvoeren en daarmee met hun arbeidsbelasting? Wat betekent dit voor mensen met beperkingen? Behoren zij tot de mensen die vooral de nadelen van robotisering en digitalisering ondervinden? Of biedt nieuwe technologie hen juist kansen, en zo ja, hoe gaan we die kansen dan grijpen?

De gevolgen van digitale en aanverwante technologieën voor de samenleving en de economie zijn ingrijpend. Niet alleen voor arbeidstaken, maar ook voor de arbeidsomgeving. Dit biedt kansen voor innovatie, werkgelegenheid en maatschappelijke welvaart. Maar het kan ook leiden tot een toenemende tweedeling tussen mensen die profiteren van de nieuwe technologie – vooral mensen met een hoge opleiding – en mensen die nadelige effecten ondervinden.

Om ons heen zien we een grote verscheidenheid aan robots en ICT-systemen opduiken. Te denken valt aan industriële kooirobots, pak-en-plaatsrobots, cobots, inspectierobots, drones, zelfrijdende auto’s, digitalisering van administratieve processen, operator support systemen, oogstrobots, melkrobots, robots voor schoonmaak en onderhoud, zorgrobots en operatierobots. Deze opsomming laat zien dat indeling van robotvormen nodig is voor het bepalen van de impact op de arbeidstaken van de mens. Die is in dir rapport gebaseerd op de aard van robotondersteuning en de mate waarin robotondersteuning optreedt.

Hoe de arbeidsbelasting door robotisering verandert in de praktijk is verder sterk afhankelijk van het type robot en de (arbeids)context waarin de robot wordt toegepast. De mogelijke verschuivingen in arbeidsbelasting zijn in deze studie voor twee hoofdvormen van robotisering onderzocht: (1) voor robots die vooral fysieke ondersteuning geven en (2) voor robots die vooral perceptueel-cognitieve ondersteuning bieden. De conclusie is dat beide vormen van robotisering kunnen leiden tot toe- en afnames op het gebied van arbeidsbelasting.

Het vaststellen toe- en afname van arbeidsbelasting kan gebeuren op basis van analyse van wat de taken en arbeidseisen vóór en wat de taken en arbeidseisen ná invoering van de robot of ICT-systemen zijn. Hoe de arbeidsbelasting verandert, hangt dus niet alleen af van de robotvorm, maar ook van de organisatie van het werk en de taakverdeling tussen robot en mens (taakallocatie).

Met dit onderzoekscahier kunnen arbeidsdeskundigen de kansen van robotisering voor specifieke groepen met beperkingen beter benoemen. Het gaat er natuurlijk om dat deze kansen ook worden benut. De arbeidsdeskundige kan hierbij een cruciale rol vervullen, zowel in het kader van preventie als in het kader van re-integratie. De arbeidsdeskundige zal hiervoor wel de kennis en vaardigheden moeten verwerven om:

  • de aard van de robotondersteuning te kunnen herkennen;

  • de mate van de robotondersteuning te kunnen herkennen;

  • de verschuiving in arbeidsbelasting in kaart te kunnen brengen;

  • bedreigingen en kansen voor mensen met beperkingen te kunnen benoemen;

  • bedreigingen weg te nemen of te reduceren en kansen te benutten.

Wat dit laatste punt betreft zou de arbeidsdeskundige kennis moeten hebben over de (programmerings-)mogelijkheden van robots om deze optimaal af te kunnen stemmen op individuele cliënten en deze kennis ook aan te kunnen wenden in de praktijk. Zover zijn we echter nog niet. Dit onderzoek is in elk geval een mooie eerste stap.

Mogelijke vervolgstappen richten zich op:

  • Meer kennis opdoen over de technische mogelijkheden en praktische haalbaarheid om nieuwe technologie af te stemmen op specifieke groepen mensen met beperkingen.

  • De kennis over robotisering voor arbeidsdeskundigen beter ontsluiten via kennisdossiers of andere vormen van doelgerichte verspreiding.

  • Het onderwerp robotisering in de opleiding tot arbeidsdeskundig een duidelijke plek geven.

  • Aanvulling van het bestaande instrumentarium van de arbeidsdeskundige.

In de onderzoekprogrammering van het Arbeidsdeskundig Kennis Centrum (AKC) voor 2017/2018 worden keuzes gemaakt over deze vervolgstappen. Voor de arbeidsdeskundige beroepsgroep staat robotisering met dit nieuwe AKC-cahier in elk geval een stuk beter op het netvlies.

Monique Klompé, voorzitter bestuur AKC

Nijkerk, juni 2017