Cahier 20 – Eigen regie voor opleiding en werk
2.6 Gebruiks- en transitiemomenten

De zesde deelvraag is: ‘Op welke (transitie)momenten kan het instrument gebruikt worden?’

Een van de doelen van het instrument is om een leven lang mee te gaan. Dat betekent dat het instrument zowel geschikt is voor jongeren die op vroege leeftijd al gediagnosticeerd zijn, als voor ouderen die op volwassen leeftijd de diagnose ASS hebben gekregen. De huidige versie van het instrument kan vanaf de middelbare school tot ver na pensioenleeftijd gebruikt worden, omdat de focus ligt op participatie in (vrijwilligers)werk en opleiding. In de toekomst kan dit uitgebreid worden naar geschikt voor gebruik vanaf de basisschool. Gedurende deze periode, het grootste deel van iemands leven, maakt men veel verschillende situaties en transitiemomenten mee. Hierdoor gaan mensen opnieuw kijken naar het eigen functioneren en naar de omgeving. Vaak is er sprake van verandering, en daar moeten ze mee leren omgaan. Dit instrument is geschikt om hen daarin te begeleiden. Het helpt bij het bepalen wat iemand op dat moment kan, wat hij nodig heeft en waar hij kan aankloppen voor ondersteuning.

Tijdens de derde expertgroepbijeenkomst kwam aan bod voor welke situaties en transitiemomenten het instrument geschikt moet zijn. Een aantal voorbeelden hiervan staan in tabel 1. Zodra het instrument in de praktijk ontwikkeld en vervolgens getest wordt, wordt deze lijst aangevuld met ervaringen uit de praktijk.

Tabel 1: Voorbeelden van transitiemomenten en situaties voor gebruik van het instrument.

Transitiemomenten

Situaties

Basisschool – middelbare school (12 jaar)

Bezoek aan huisarts/specialist/overige medische professional

Middelbare school – vervolgonderwijs (16-18 jaar)

Bezoek aan verzekeringsarts/UWV/gemeente

Vervolgonderwijs – vervolgonderwijs

Bezoek aan gemeente voor WWB/PGB of overige hulpvragen

Middelbare school – werk

Bezoek aan schooldecaan i.v.m. studie

Vervolgonderwijs – werk

Informeren van nieuwe werkgever over …

Werk – ander werk in een andere organisatie

Informeren van huidige werkgever over …

Werk – ander werk binnen dezelfde organisatie

Lid worden van een sportvereniging of een andere hobbyclub

Werk – uitkering (WIA, Wajong, WWB)

Krijgen van een relatie

Uitkering (WIA, Wajong, WWB) – werk

Verdiepen van een relatie (bijvoorbeeld huwelijk of kinderen krijgen)

Werk – pensioen

Ziek worden en/of genezen van ziekte

Reorganisatie (gevolgd door één van bovenstaande momenten)

Overlijden van een belangrijke naaste of andere persoon uit de (nabije) omgeving

Scheiding van eigen partner

Scheiding van ouders of andere personen uit de (nabije) omgeving

Een belangrijke aanbeveling was dat het instrument voor de gebruiker per situatie en per transitiemoment aangeeft welke vragen op dat moment van belang zijn om in te vullen en met wie de gebruiker de uitkomsten hiervan kan of moet delen. Dit omdat de gebruikers niet altijd of lastig kunnen inschatten wat op welk moment belangrijk is om te weten en naar buiten te brengen.

Een andere belangrijke aanbeveling is dat een hulpvraag niet altijd gekoppeld hoeft te zijn aan een specifieke situatie of aan een specifiek transitiemoment. Als de gebruiker zijn hulpvraag niet terugvindt in de lijst met situaties en transitiemomenten, kan hij denken dat het instrument op dat moment niet bruikbaar is. Terwijl dat in werkelijkheid niet zo is. Bouw daarom ook de volgende vraag in: ‘Gebeuren er op dit moment dingen in je leven waardoor je nu bij het instrument uitkomt voor hulp?’ ‘Zo ja, wat gebeurt er? Hier kunnen de vervolgstappen uit het instrument aan gekoppeld worden.