Cahier 13a – Validering loonwaardevaststelling
5.4 Eisen aan de opleiding van de experimentgroep tussen T0 en T1

De opleiding in de nieuwe basismethode moet interactief worden opgebouwd, door naast het overdragen van de kennis ook praktijkopdrachten te maken op basis van drie van de dertien opgestelde casussen. Dit heeft tot doel om vast te stellen dat de professionals in de experimentgroep, na de training, in staat zijn om zelfstandig voor een casus de loonwaarde vast te stellen langs de afgesproken deelstappen.

Dit betekent dat de training als volgt verloopt:

  1. Kennisoverdracht van de nieuwe methode, mede aan de hand van een voorbeeldcasus, waarvoor van tevoren een ‘gouden standaard’ is opgesteld.

  2. Maken van een proefcasusopdracht.

  3. Interactieve sessie, waarin men in groepjes van drie/vier bespreekt waarom men de casus zo heeft gemaakt.

  4. Plenaire terugkoppeling van en discussie over de bespreking in de deelgroepjes aan de hand van de vooraf gemaakte ‘gouden standaard’ van deze casus.

  5. Toetsing van de beheersing van de opgedane kennis om te bekijken of het leerdoel van de training is behaald.1

1 

De wijze en inhoud van deze toetsing kan door het AKC in opdracht van het ministerie van SZW, gemeenten of methoden van loonwaardebepaling worden ontworpen. Het AKC kan ook methoden onderwerpen aan een valideringsonderzoek.