Cahier 13a – Validering loonwaardevaststelling
4.3 De training en start van de kwalificatie

Het verplichtstellen van een training waaraan minimale kwaliteitseisen worden gesteld, is een eerste voorwaarde. Uitvoerders moeten daarbij in elk geval worden getraind in het op uniforme wijze uitvoeren van de methodiek. Hierbij dient aandacht te worden besteed aan:

  • het vaststellen van de norm;

  • de verschillende bestanddelen waaruit loonwaarde bestaat en de weging hiervan;

  • de verschillende rollen die een uitvoerder tijdens de loonwaardebepaling kan aannemen en hoe deze (kunnen) doorwerken in de vaststelling van de loonwaarde;

  • het belang van tussentijdse bijsturing en controle en het toepassen van de rekenmodule.

Om tot validiteit en betrouwbaarheid te komen in loonwaardemeting is certificering een gewenste stap. Professionals die loonwaarde bepalen, moeten de training met goed gevolg hebben afgelegd. Dit kan worden vastgesteld door het invoeren van een eindtoets die beoordeeld wordt. Standaardisatie van training en nascholing is sterk aan te bevelen.

Ook aan de basiskennis en -ervaring van de loonwaardebepaler moeten basiseisen te worden gesteld. Loonwaardebepaling is geen losstaand fenomeen. Het is onderdeel van een gedegen match tussen mens en arbeid, gericht op optimalisatie van de arbeidssituatie met waar noodzakelijk de adequate werkvoorzieningen. De kracht en meerwaarde van de loonwaardeprofessional ligt dus in zijn bredere kennis van arbeid, arbeidskunde, werkomstandigheden, werkvoorzieningen en de bredere context van de sociale wet- en regelgeving. Het voordeel van zo’n geschoolde professional is dat hij integraal kan adviseren over het optimaliseren van de balans tussen belasting en belastbaarheid en daarmee dus ook over het optimaliseren van de loonwaarde.