Cahier 13a – Validering loonwaardevaststelling
3.5 De extra/additionele kosten voor de werkgever en de werknemer

Additionele kosten moeten tijdens de loonwaardebepaling in kaart worden gebracht, omdat ze onontbeerlijk zijn als voorwaarden waaronder de arbeidsprestatie geleverd kan worden. Additionele kosten moeten wel buiten de berekening van de loonwaarde worden gehouden. Additionele kosten worden op een andere manier aan werkgevers vergoed. Voor het vergoeden van deze kosten zijn andere instrumenten beschikbaar. De (mate van) compensatie van Additionele kosten kan een open bespreekpunt zijn met de werkgever. Dat lijkt niet wenselijk wat betreft de hoogte van het loon. De werknemer kan zo rekenen op een eerlijk loon, dat uitsluitend gebaseerd is op zijn geleverde prestaties op de werkvloer.

Additionele kosten1 zijn te onderscheiden in:

  • Kosten voor begeleiding.

  • Herstelkosten.

  • Kosten van werkvoorzieningen/inpassingskosten.

  • Verzuimkosten.

  • Scholing(kosten).

3.5.1 Begeleidingskosten

Voor een werknemer met beperkingen kan extra begeleiding op de werkplek noodzakelijk zijn. Hierbij gaat het om begeleiding door de werkgever (interne begeleidingskosten) of bijvoorbeeld door een jobcoach (externe begeleidingskosten). Er kan sprake zijn van zowel interne als externe begeleidingskosten. Op het moment dat de werknemer begeleid wordt, is hij minder of niet productief. Dit deel wordt meegenomen in de loonwaardebepaling onder Inzetbaarheid. Ook de werkgever is dan minder of niet-productief in zijn eigen werkzaamheden. Voor de opdrachtgever/werkgever moeten de interne en externe begeleidingskosten die niet in de loonwaardebepaling worden meegenomen inzichtelijk worden gemaakt. Voor het berekenen van de interne begeleidingskosten – de kosten die de werkgever maakt – gaan we uit van het uurloon van de normfunctie.

Wanneer een werknemer door de inzet van werkaanpassingen/begeleiding tot een bepaalde prestatie komt, kan die prestatiewaarde alleen als uitgangspunt dienen als de extra kosten van werkgever of werknemer voor die werkaanpassingen ook vergoed worden. Het vaststellen van de economische waarde bestaat voor de werkgever uit het verschil tussen opbrengsten/prestatie minus alle kosten. De Additionele kosten ten opzichte van de uitoefening van de normfunctie door de soortgelijke gezonde moeten dus ook bepaald worden. Dit laat zich het beste illustreren aan de hand van een voorbeeld.

Stel, een werknemer heeft een werktempo waarbij hij met extra begeleiding (aansporing en instructie) van de leidinggevende 70 dozen per uur kan vullen. De gezonde soortgelijke vult er 100 per uur. Zonder extra begeleiding zat de werknemer op een productie van 50 dozen per uur.

Als je de loonwaarde in deze casus op 70% zet, zonder dat de werkgever via additionele kosten gecompenseerd wordt voor de extra begeleidingstijd, nodig je hem niet uit om de extra begeleiding te continueren en zal de loonwaarde zakken naar 50%.

Vanuit de gedachte van maximale participatie en vanuit kostenoogpunt (bij een loonwaarde van 50% wordt er een hoger beroep gedaan op aanvulling vanuit de uitkering dan bij 70%) is dit niet wenselijk. Overigens zou je voor wat betreft het kostenaspect nog een kosten/batenanalyse van de extra begeleiding kunnen maken.

De waarden Tempo, Kwaliteit en Inzetbaarheid bepalen de loonwaarde. De Additionele kosten worden via subsidies vergoed aan de werkgever.

3.5.2 Herstelkosten

Herstelkosten zijn kosten die gemaakt worden omdat het product of de dienst niet van voldoende kwaliteit is. Voorbeelden zijn: producten die de kwaliteitsnorm niet halen en weggegooid moeten worden of producten die opnieuw gedaan worden. Er zijn dan extra kosten gemoeid met het maken van het product of het verlenen van de dienst. De extra uren van de werknemer om producten/diensten te herstellen of klachten af te handelen, worden meegenomen bij de Tempobepaling, omdat de (netto)productietijd hierdoor per gereed product langer wordt en het Tempo dus lager. Extra kosten van uren van collega’s of de extra afvalmateriaalkosten vallen onder herstelkosten. Ook zaken als imagoschade en (grove) fouten vallen hieronder.

3.5.3 Werkvoorzieningen voor de persoon / voor de werkgever

Om een werknemer met beperkingen te laten functioneren in het arbeidsproces kan het zijn dat een werkgever eenmalige kosten maakt om het werkproces aan te passen. Bijvoorbeeld:

  • Een werknemer met een visuele beperking kan een aangepaste computer met brailletoetsenbord nodig hebben.

  • Voor een werknemer in een rolstoel is een traplift of lift noodzakelijk om de werkplek te bereiken.

  • Specifieke afgeschermde ruimte om prikkelarme omgeving te creëren.

Daarnaast kan een werkgever kosten maken voor het structureel aanpassen van werkprocessen:

  • andere logistieke aanvoer van materialen;

  • andere taakverdeling op de afdeling;

  • andere verdeling van de verantwoordelijkheden.

Het kan ook zijn dat een werknemer met beperkingen niet de hele dag kan functioneren en daarom aangepaste werktijden of pauzetijden nodig heeft. Als de werkgever extra kosten moet maken om de lacunes op te vangen, worden die dan meegenomen bij Additionele kosten?

3.5.4 Verzuim

Alle organisaties in Nederland hebben met verzuimende werknemers te maken. Per branche of sector zijn er gemiddelde verzuimcijfers. Bedrijven en organisaties spiegelen zichzelf aan deze gemiddelden. Doelstelling is om de verzuimcijfers zo laag als mogelijk te krijgen en te houden. Werknemers met beperkingen kunnen een verhoogd verzuimrisico hebben. Uitdrukkelijk staat kunnen cursief. Voor de werkgever moet in kaart worden gebracht of er sprake is van verzuim, gerelateerd aan de beperkingen van de werknemer. Er zijn genoeg voorbeelden van werknemers met beperkingen die juist minder dan gemiddeld verzuimen.

Bij verzuim is er een verschil te maken tussen ‘voorspelbaar’ en ‘onvoorspelbaar’ verzuim.

Bij voorspelbaar verzuim, bijvoorbeeld een behandeling die voorspelbaar en structureel wordt, kan het werk niet meer in de volle omvang uitgevoerd worden. Dat is een reden om een beroep te doen op de ZW-regelingen. Of de regeling leidt tot compensatie hangt af van de situatie van de werknemer en de werkgever (is de werkgever verzekerd voor de eerste twee ziektejaren of kan de werknemer een beroep doen op de sociale verzekering uit een eerder recht). Als een werknemer die voldoet aan de voorwaarden van de no-riskpolis wegens ziekte verzuimt, kan de werkgever de betaalde loonkosten grotendeels declareren bij UWV op basis van artikel 29b Ziektewet.

Een werknemer die een dialyse moet ondergaan, heeft vanwege de dialyse een voorspelbaar verzuim. De daaruit voortkomende structurele en voorspelbare verminderde economische prestatie nemen wij niet mee bij de vaststelling van de loonwaarde, maar nemen wij op onder de Additionele kosten. Ook kunnen bij het aangaan van het arbeidscontract afspraken worden gemaakt, die leiden tot een deeltijdcontract, waardoor de dialyse in eigen tijd gebeurt.

De kosten van onvoorspelbaar verzuim worden niet meegewogen bij het vaststellen van de productiviteit. Verzuim om een arts te consulteren voor advies of een kleine behandeling behoort tot het goed werkgeverschap. Er is pas noodzaak om onvoorspelbaar verzuim met de werkgever in het kader van de loonwaardebepaling te bespreken als er sprake is van een verzuim dat boven het gemiddelde van het bedrijf/branche/sector uitkomt. Betrek hierbij ook de aard en de frequentie van het verzuim. Wij adviseren uit te gaan van het gemiddelde van de branche/sector. Cijfers over ziekteverzuim per bedrijfstak worden verzameld door het CBS en zijn te vinden via: CBS StatLine - Ziekteverzuimpercentage; bedrijfstakken (SBI 2008) en bedrijfsgrootte.2

3.5.5 Scholingskosten

Goed werkgeverschap betekent dat werknemers in de gelegenheid worden gesteld om up-to-date te blijven op hun vakgebied. Scholing kan een middel zijn om dat te bereiken. Als er extra scholing nodig is om een werknemer te kunnen laten functioneren in het bedrijf of de organisatie, moet dat hier in kaart worden gebracht. Ook kan een werkgever (lees: collega’s) scholing nodig hebben om bijvoorbeeld goed om te kunnen gaan met de beperkingen of de stoornis die een werknemer heeft.

1 

Additionele kosten zijn de extra kosten die de werkgever moet maken om de werknemer met beperkingen te kunnen laten functioneren. Elke werkgever heeft met kosten van zijn werknemers te maken.

2 

Als indicatie voor een door de werkgever te accepteren verzuim als gevolg van arbeidsbeperkingen, geldt bij een bestaande arbeidsrelatie een grens van ongeveer 25% (landelijk jurisprudentienummer: AE8622). Deze norm adviseren wij niet één op één over te nemen in situaties van loonwaardebepaling, omdat de werkgever dan ten onrechte opgezadeld wordt met hoge Additionele kosten terwijl daar geen prestatie tegenover staat.