Cahier 13a – Validering loonwaardevaststelling
3.1 Stap van de functie van de werknemer naar de normfunctie

Volgens het principe van loonwaardebepaling is de prestatie van de ‘reguliere werknemer’ of ‘de vereiste (normale) prestatie in de normfunctie’ de norm waartegen de arbeidsprestatie moet worden afgezet. Daarmee is nog niet helder wat dan de normfunctie is waarmee het functioneren van de reguliere werknemer als ijkpunt in beeld wordt gebracht.

Het belang van de juiste normfunctie bij loonwaardebepaling is gelegen in het – voorafgaand aan het beoordelen van de daadwerkelijk geleverde prestatie – vaststellen van twee elementen:

  1. Duidelijke vergelijkbaarheid van de werkzaamheden in en verdeling van de werkzaamheden over hoofdtaken in de functie van de werknemer én in de normfunctie (soortgelijke reguliere functie). Dit biedt de mogelijkheid om de normprestatie/normproductiviteit, waartegen de prestatie/productie van de werknemer wordt afgezet zo transparant en objectief mogelijk in beeld te brengen.

  2. Duidelijk vastgesteld referentieloon gekoppeld aan de normfunctie.

De reguliere normfunctie (definitie na loondispensatiepilot)

De reguliere normfunctie is nader gespecificeerd als: de reguliere functie die qua samenstelling van de werkzaamheden het dichtst tegen de werkzaamheden van de werknemer aan ligt. Uitgangspunt bij het vaststellen van de normfunctie is dus het werk zoals de werknemer dit uitvoert en niet de functieomschrijving en de daarin beschreven werkzaamheden die in het bedrijf in algemene zin gelden.

De definitie van de reguliere normfunctie geformuleerd na de loondispensatiepilot geeft een duidelijke denkrichting aan. De normfunctie wordt afgeleid van bestaande beschrijvingen van functies binnen het bedrijf, de geldende cao van het bedrijf, als dat niet lukt in andere cao’s binnen de sector en als dat niet lukt buiten de sector. De normfunctie hoeft niet noodzakelijkerwijs regulier voor te komen binnen het bedrijf. Dit biedt bij specifiek geconstrueerde functies voor één persoon ook de mogelijkheid om een normfunctie als referentie te zoeken.

Als de normfunctie dus niet is te vinden in het bedrijf wordt via een aantal andere stappen gezocht naar een binnen de branche of sector meer op de functiesamenstelling lijkende ‘erkende’ of ‘gangbare’ functie (beschreven in de cao of het geldende functiegebouw/functieclassificatiesysteem in de branche/sector). Als de functie-uitoefening door de werknemer niet in het bedrijf voorkomt, moet de in de branche/sector op de functie van de werknemer lijkende functie als uitgangspunt en norm voor de prestatievergelijking worden gehanteerd. Als binnen de branche geen functie te vinden is, kan ook buiten de branche gekeken worden.

Alleen in de bijzondere situatie dat er langs deze stappen geen normfunctie te vinden is, kunnen ook uit verschillende functies hoofdtaken gehaald worden, die samen de geconstrueerde functie van de werknemer het best representeren.

Voor het vaststellen van de normfunctie die voor een loonwaardevaststelling gebruikt wordt, zijn de stappen om tot de keuze van de normfunctie te komen te standaardiseren. De arbeidsdeskundige kan daarbij de volgende concrete handvatten gebruiken om dit besluitvormingsproces te uniformeren:

Voorstel voor het methodisch vaststellen van de reguliere normfunctie

Afspraken vooraf

Bij het beschrijven van een functie of normfunctie ten behoeve van loonwaardevaststelling worden maximaal vijf hoofdtaken beschreven. De noodzakelijke informatie wordt verzameld via een gesprek met de werkgever of vertegenwoordiger van de werkgever en het raadplegen van het functiegebouw of de geldende cao in het bedrijf.

Voor het vaststellen van de normfunctie zijn die vijf hoofdtaken bepalend.

Hoofdtaken hebben een tijdsbesteding van tenminste een half uur per dag (6,25% op basis van 8 uur per dag).

Per hoofdtaak wordt beschreven in

  • % tijdsbesteding per hoofdtaak met een totaal van 100%.

  • termen van activiteiten, context en het resultaat/output.

  • loonwaarde (per hoofdtaak als stap 4 nodig is).

We spreken van een reguliere vergelijkbare normfunctie als de meest relevante taken van de hoofdtaken kunnen worden uitgeoefend. Daar is sprake van minimaal als 60% van de hoofdtaken kan worden uitgeoefend.

Stap1. Omschrijven van de functie van de werknemer in termen van verdeling over hoofdtaken zoals die worden uitgevoerd.

Stel de taken en werkzaamheden vast, zoals die in de praktijk worden uitgevoerd door de werknemer (dus niet op papier of in de cao) en breng deze in kaart via een gesprek met de werkgever of vertegenwoordiger van de werkgever en een gesprek met de werknemer.

Indien via deze twee gesprekken geen voldoende en eenduidig beeld van de werkzaamheden is verkregen, wordt de informatieverzameling aangevuld met een observatie op de werkplek. De arbeidsdeskundigen kan een verschil in verhalen van de werknemer en werkgever dan zelf checken. Uiteindelijk stelt deze de functieomschrijving in hoofdtaken op, op basis van de input van de werknemer, de werkgever en observatie.

Dit resulteert in een beschrijving van de functie in termen van (hoofd)taken en werkzaamheden met:

  • maximaal vijf (hoofd)taken;

  • % tijdsbesteding per dag per hoofdtaak met een totaal van 100%;

  • werkzaamheden in de hoofdtaak worden beschreven met werkwoorden, in termen van activiteiten, context en het resultaat/output.

Stap 2. Bepaling van de normfunctie

Om bij de loonwaardevaststelling zo goed mogelijk aan te blijven sluiten bij de praktijkbeleving/ praktijkwerelden van de werkgever en de werknemer wordt de volgende beslisboom transparant gehanteerd.

  1. Welke – binnen het bedrijf ‘gangbare’ – reguliere functie lijkt het meest op de functie van de werknemer zoals die wordt uitgevoerd? Voldoet deze aan de normfunctie-eisen? Argumenteren waarom niet en stap 2 inzetten.

  2. Welke – binnen de branche of sector ‘gangbare’ – reguliere functie lijkt het meest op de functie van de werknemer zoals die wordt uitgevoerd? Voldoet deze aan de normfunctie-eisen? Argumenteren waarom niet, voordat stap 3 wordt ingezet.

  3. Welke – buiten de branche of sector ‘gangbare’ – reguliere functie lijkt hier het meest op? Voldoet deze aan de normfunctie-eisen? Argumenteren waarom niet en stap 4 wordt ingezet.

  4. De uitzondering op de hoofdregel. Indien er geen vergelijkbare functie te vinden is via stap 1 tot en met 3, worden via de hoofdtaken dezelfde stappen doorlopen. De hoofdtaken van de werknemer worden in gangbare/reguliere functies gezocht en beschreven. Daarna volgt samenstelling tot de normfunctie. Voldoet deze aan de normfunctie-eisen? Van de taakbeloningen wordt het gewogen gemiddelde genomen voor het berekenen van de normfunctiebeoordeling.

De normfunctie en/of de hoofdtaken worden altijd geënt op een binnen de branche of sector ‘gangbare’ reguliere functie.

Samenvatting van de richtlijnen voor het bepalen van de normfunctie

Voor het vaststellen van de norm waartegen de arbeidsprestatie van de werknemer moet worden afgezet, moet worden uitgegaan van het reguliere functieniveau. Het gaat hier om de binnen de branche of sector ‘gangbare’ functie die het dichtst tegen de werkzaamheden van de werknemer aan ligt. Voor het vaststellen van de juiste norm dienen vijf stappen te worden doorlopen:

  1. Wat zijn de werkzaamheden die de werknemer uitvoert?

  2. Welke – binnen het bedrijf – reguliere functie lijkt hier het meest op?

  3. Welke – binnen de branche of sector ‘gangbare’ – reguliere functie lijkt hier het meest op?

  4. Welke – buiten de branche of sector ‘gangbare’ – reguliere functie lijkt hier het meest op?

  5. Indien er geen vergelijkbare functie is te vinden, worden via de hoofdtaken binnen reguliere functies dezelfde stappen doorlopen.

Deze uniforme richtlijnen voor de normfunctiebepaling brengen de loonwaardebepaling als geheel weer dichter bij het gewenst hogere plan. De weerbarstige praktijk wordt hiermee eenduidiger benaderbaar. De volgende casus is hier een voorbeeld van:

De winkelmedewerker

Opdracht 1: Wat is de normfunctie?

Uitgeoefende functie

De werknemer waarvoor de prestatiewaarde/loonwaarde bepaald moet worden voert als taak uit: schappen, rekken en bakken op orde houden. Hij is daar de volledige werktijd mee bezig. Er is bij de uitoefening van deze taak geen verlies aan prestatie/productie.

De context in de Cao Detailhandel

Een reguliere functiebeschrijving winkelmedewerker heeft twee taken:

Taak 1: Schappen, rekken en bakken op orde houden (tijdsbesteding 50%)

Taak 2: Caissièrewerk (tijdsbesteding 50%)

De bij deze functie behorende cao-beloning is 125% van het wettelijk minimumloon.

Een reguliere functiebeschrijving assistent winkelmedewerker heeft één taak:

Taak 1: Schappen, rekken en bakken op orde houden.

De bij deze functie behorende cao-beloning is 100% van het wettelijk minimumloon.

Vraagstelling

  • Is de normfunctie assistent winkelmedewerker met een prestatieniveau van 100% en dus 100% loonwaarde op minimumloonniveau?

  • Is de normfunctie winkelmedewerker met een prestatieniveau van 50% (één taak van de twee) en dus 50% beloning op 125% minimumloonniveau?

Antwoord

Volgens het uitgangspunt dat minimaal 60% van de taken moet overeenkomen bij de vaststelling van de normfunctie is de normfunctie de assistent winkelmedewerker, met een prestatieniveau van 100% en dus 100% beloning op minimumloonniveau.