Cahier 13a – Validering loonwaardevaststelling
2.1 De dilemma’s bij loonwaardevaststelling

Loonwaarde is de waarde van een arbeidsprestatie. Een arbeidsprestatie bestaat uit doelgerichte handelingen die resulteren in (bijdragen aan) producten of diensten die een economische waarde hebben voor de werkgever. Voor de waarde van een arbeidsprestatie gaan we uit van een, zo dicht als mogelijk is, in collectieve afspraken vastgelegde normfunctie. Daaraan ontlenen we de loonwaarde, preciezer de loonwaarde per verloond uur, omdat niet iedere werknemer een gelijk aantal uren werkt.

Niet alle uren die verloond worden, zijn ook uren waarin een arbeidsprestatie verleend wordt. Denk aan vakantie, instructie, werkbespreking, ziekte, enz. Veel bedrijven kennen in hun planning en kosten berekening dan ook de begrippen bruto- en netto-uren.

Een eerste gegeven bij de loonwaardebepaling is veelal de door werkgever vereiste/geaccepteerde arbeidsprestatie van werknemers. Dit vormt het referentiepunt voor verdere waardering, maar is niet het ijkpunt. Dit referentiepunt objectiveren wij namelijk door te onderzoeken wat de gevraagde arbeidsprestatie in de normfunctie is (het objectiverende ijkpunt). Als minimum hanteren we daarbij de verwachte arbeidsprestatie in de normfunctie van de ingewerkte beginnend beroepsoefenaar.

In de situatie dat de vereiste/geaccepteerde arbeidsprestatie niet wordt gehaald, wordt de verminderde prestatie uitgedrukt in Tempo, Kwaliteit en Inzetbaarheid in verhouding tot de waarden van het betreffende referentiepunt.

Loonwaardevaststelling kent al sinds jaar en dag een aantal hoofdvragen:

  1. Wat is de normprestatie waartegen de prestatie van een werknemer moet worden afgezet? In de dagelijkse arbeidspraktijk levert elke werknemer een eigen unieke prestatie binnen een gedoogde bandbreedte. Zit je voortdurend onder die bandbreedte, dan is sprake van een onvoldoende prestatie. Zit je voortdurend boven die bandbreedte, dan is sprake van een goede prestatie. Binnen de bandbreedte presteren levert een voldoende op. Het vaststellen van de juiste normfunctie is een zeer belangrijke eerste stap.

  2. Hoe en hoe gedetailleerd wordt de prestatie van de werknemer beschreven? Is werkplekonderzoek verplicht? Met welke methodiek neem je de prestatie waar? Hoe verzamel je de gegevens?

  3. Hoe worden specifieke zaken, zoals onregelmatige inzetbaarheid/aanwezigheid van werknemers, verzuimrisico’s, etc., meegenomen in loonwaardevaststelling?

  4. Welke extra kosten die de werkgever aangeeft te maken, worden gecompenseerd en hoe dan?

Om deze hoofdvragen helder te behandelen, onderscheidt de expertgroep een aantal vaste stappen voor loonwaardebepaling.