Vaststellen begeleidingsbehoefte en regime jobcoaching
CASUS RAPPORTAGE

Onderzoekskader/aanleiding onderzoek

Aanvraag persoonlijke jobcoaching door een klant.

Onderzoeksvraag

Hoe kan de arbeidsdeskundige op basis van de begeleidingsbehoefte het juiste jobcoach-regime vaststellen?

Uitgevoerde onderzoeksactiviteiten AD

  • Dossierstudie.

  • Gesprek met werkgever.

  • Gesprek met klant.

  • Gesprek met jobcoach.

  • Werkplekonderzoek.

Visie klant

De klant vraagt een intensief regime jobcoaching (15%). Als onderbouwing voor dit regime haalt de klant de arbeidsdeskundige rapportage en de FML aan. Ook benoemt de klant de ervaringen uit de proefplaatsing die voorafging aan het dienstverband.

Visie leidinggevende/werkgever van klant

De werkgever en de jobcoach zijn van mening dat een intensief regime jobcoaching gelijk is aan de categorie ‘rechtstreeks toezicht en/of intensieve begeleiding’ van de FML. De FML geeft hiervoor begeleidingsniveau 2 aan.

Omschrijving van de beperkingen en mogelijkheden

In het arbeidsdeskundig rapport van SMZ en de FML staat:

Beperkingen op gebied van persoonlijk functioneren

  • vasthouden/verdelen van de aandacht.

Klant is aangewezen op werk:

  • dat onder rechtstreeks toezicht en/of onder intensieve begeleiding wordt uitgevoerd;

  • dat geen hoog handelingstempo vereist;

  • zonder veelvuldige deadlines of productiepieken.

Beperkingen op sociaal functioneren

  • Emotionele problemen van anderen hanteren (geen extreme emotionele belasting).

  • Eigen gevoelens uiten.

  • Omgaan met conflicten.

  • Samenwerken.

  • Geen of weinig rechtstreeks contact met patiënten of hulpbehoevenden (tenzij intensief begeleid).

  • Geen leidinggevende aspecten.

De klant is aangewezen op begeleidingsniveau 2. Ze is onder meer aangewezen op werk zonder extreme noodzaak tot concentreren in een begripvolle setting, waar zij extra aandacht krijgt en begeleid wordt door een leidinggevende die constant een oogje in het zeil houdt.

Resultaten werkplekonderzoek

Functie inhoud

De klant is werkzaam in een kringloopbedrijf. Ze houdt zich met name bezig met het ‘pimpen’ van meubels. Hierbij gaat het om het schuren en waxen van oude meubels. Deze meubels worden vervolgens beschadigd om een oude look te krijgen. Tot slot worden de meubels opnieuw gelakt. Naast het pimpen van meubels voert de klant in opdracht van haar begeleider zeer lichte magazijnwerkzaamheden uit. Te denken valt aan het zoeken van een doos in het magazijn aan de hand van een pakbon.

Werkomgeving

De werkzaamheden vinden plaats in een kringloopwinkel met een ruim magazijn. Ook is er een werkplaats voor het sorteren van kledingstukken en het bewerken van tweedehands meubelen. Het bedrijf werkt met name met mensen die een grote afstand hebben tot de arbeidsmarkt (WWB/Wajong). De begeleiding is hierop afgestemd. Op de werkvloer zijn de benodigde begeleiders aanwezig.

Kenmerkende functiebelasting

Staan, lopen, tillen, buigen. Met name fysieke aspecten.

Contract

Halfjaarcontract voor veertig uur per week.

Resultaten overig onderzoek door AD

De klant heeft geen fysieke beperkingen en een opleidingsniveau 3.

Beschouwing en visie van AD

Om te kunnen bepalen welk regime moet worden toegepast, moet een antwoord worden gegeven op de onderstaande vragen:

  1. Hoe ziet het werknemersprofiel er uit?

  2. Hoe ziet het werkprofiel er uit?

  3. Zijn er discrepanties tussen wat de werkgever vraagt en wat de werknemer kan bieden?

  4. Zijn deze discrepanties op te lossen met jobcoaching? Zo ja, hoeveel tijd kost dit?

Beschouwing

De klant heeft geen fysieke beperkingen en een opleidingsniveau 3. De werkzaamheden zijn erg eenvoudig. De werkzaamheden worden verricht in een omgeving die is aangepast op werknemers met een beperking of een afstand tot de arbeidsmarkt. De klant heeft in deze omgeving een vaste begeleider, op wie ze kan terugvallen en die haar werk structureert. De werkdruk is beperkt. Er is alleen contact met directe collega's. De werkgever is bekend met de doelgroep en de beperkingen van de klant. De werkgever houdt rekening met de beperkingen van de klant en past hier de werkzaamheden en het werktempo op aan. Om deze redenen is er loondispensatie toegekend. Het verlaagde werktempo en de inzetbaarheid van de klant worden hiermee gecompenseerd. De kosten die samenhangen met de uren van de begeleider vallen onder de additionele kosten. De vraag blijft of deze kosten voor rekening moeten komen van de werkgever. Zo niet, dan moeten deze kosten worden meegenomen in de loonwaarde. Dit staat los van de aanvraag voor jobcoaching.

Discrepanties zitten volgens de aanvraag en het eerder genoemde gesprek met de werkgever en jobcoach met name in de grote aansturingsbehoefte. Gezien de vastgestelde beperkingen is deze aansturingsbehoefte reeël. Ook de verzekeringsarts geeft aan dat begeleidingsniveau 2 van toepassing is. Dit betekent dat de klant meer toezicht nodig heeft dan collega’s en dat een leidinggevende gedurende het grootste deel van de tijd op de werkvloer aanwezig moet zijn. De leidinggevende moet dus voortdurend een oogje in het zeil houden. De klant heeft een vaste begeleider op de werkvloer, op wie ze nagenoeg altijd kan terugvallen. Daarmee wordt voldaan aan de begeleidingsbehoefte van de klant. Zoals al eerder is aangegeven, wordt de werkgever gecompenseerd door middel van loondispensatie (werkgever maakt de kosten en niet de jobcoach).

De toepassing van de werkwijzer Vaststellen Begeleidingsbehoefte heeft geleid tot het volgende schema:

SCHEMA BEGELEIDINGSBEHOEFTE

Aard van de begeleiding

Gericht op het knelpunt:

Door wie?

Aan wie?

Duur van de begeleiding

Intensiteit van de begeleiding

Motivering

Persoonlijk

Aansturings-behoefte

Jobcoach

0,5 uur per week

Wekelijks

- Inventariseren problemen

-Instrueren begeleider

Problemen in de privésituatie

jobcoach

0,5 uur per week

wekelijks

Indirecte taak jobcoach. Verwijzen naar andere hulporganisaties e.d.

Woon-begeleiding.

Aanleren goede werknemers-mentaliteit

Jobcoach

1 uur per 2 weken

Twee-wekelijks

Coachings-gesprekken, bijbrengen productiever-antwoordelijkheid, ziekmeldingen, bespreken van voorvallen.

Inspelen op onverwachte gebeurte-nissen.

Functioneel

Aansturings-behoefte

Werkgever

Aanleren handelingen en vaardigheden (inwerken)

Werkgever

Het betreft zeer eenvoudige werkzaamheden die passen bij het niveau van de klant.

De jobcoach moet zich richten op de inventarisatie van problemen en het instrueren van de begeleider/werkgever. Dit kan door middel van korte gesprekken. Tips over de mogelijkheden en onmogelijkheden kunnen de werksituatie optimaliseren. Een half uur per week is ruim voldoende voor het voeren van deze gesprekken (dit valt onder onder doel 1 ‘Begeleiden van de klant op het werk’).

Een ander aspect zijn de problemen in de privésituatie. Deze hebben invloed op het werk van de klant. Gezien de aard van de (privé/niet-direct werkgerelateerde) problemen is de jobcoach niet direct de aangewezen persoon om hiermee aan de slag te gaan. Hiervoor zijn andere organisaties beter toegerust. Bovendien heeft de klant ook (woon/privé-)begeleiding vanuit het persoonsgebonden budget (PGB). Daarnaast kan de klant een beroep doen op het maatschappelijk werk. Wel zou de jobcoach de klant kunnen adviseren over de mogelijkheden (een adviserende rol dus). Waar kan de klant met haar problemen terecht? Een half uur per week voor deze adviserende rol is ruim voldoende (dit valt onder het derde doel ‘Evaluatie en coordinatie’).

Het aanleren van handelingen en vaardigheden is in deze situatie geen taak van de jobcoach. Het gaat om zeer eenvoudige werkzaamheden, die de klant – gezien haar niveau en de omgeving waar zij de werkzaamheden verricht – moet kunnen verrichten. Hier ligt dan ook een taak voor de werkgever (meewerkend voorman). Elke nieuwe werknemer moet immers worden ingewerkt. Als het gaat om het aanleren van een goede werknemersmentaliteit, is er wel een taak weggelegd voor de jobcoach. Hierbij gaat het om het bijbrengen van verantwoordelijkheidsgevoel bij ziekmeldingen en productieverantwoordelijkheid (dit valt onder het tweede coachingsdoel ‘Inwerken/trainen van de klant’). De jobcoach zou hiervoor coachingsgesprekken kunnen voeren. Een tweewekelijks gesprek van één uur is hiervoor ruim voldoende. Het gaat om informatieve coachingsgesprekken en het achteraf bespreken van voorvallen.

Conclusies AD

Voor toekenning van een intensief regime moet sprake zijn van een bijzondere of uitzonderlijke situatie. Hiertoe moet een onderbouwing worden gegeven. De jobcoach verwijst naar de beperkingen die door de verzekeringsarts zijn vastgesteld. Het werk is goed afgestemd op een aantal beperkingen van de klant. Er wordt bijvoorbeeld geen hoog handelingstempo gevraagd. Het werk kent daarnaast geen veelvuldige productiepieken of deadlines. Bovendien is er een loondispensatie van 50 procent afgegeven, die het productiviteitsverlies als gevolg van de beperkingen compenseert.

Aan het begeleidingsniveau (niveau 2) dat door de verzekeringsarts is beschreven, wordt in deze arbeidssituatie voldaan. Het intensieve regime jobcoaching en het begeleidingsniveau dat de klant volgens de arts nodig heeft, staan overigens los van elkaar. Het begeleidingsniveau volgens de arts zegt niets over wie die begeleiding moet geven. In dit geval wordt de begeleiding door de werkgever als bijna voldoende gezien.

Tijdens het gesprek gaf de klant aan dat zij wekelijks een gesprek heeft met de jobcoach. Dit gesprek duurt ongeveer 30-45 minuten. Aansluitend heeft de jobcoach een kort gesprek met de werkgever van ongeveer 15-30 minuten. Tot op heden komt dit neer op zo’n 75 minuten per week, exclusief administratieve taken en reistijd. De totale tijdsbesteding gedurende de eerste zes weken van de jobcoaching valt daarom ruim binnen de toegekende uren. De klant geeft aan dit ook voldoende te vinden en tevreden te zijn over de begeleiding van de werkgever. Ze geeft ook aan dat er vanuit het PGB woonbegeleiding wordt gegeven.

Om in te spelen op onverwachte gebeurtenissen acht de arbeidsdeskundige de genoemde zes uur (doel 1 calamiteiten) van de aanvraag reëel. In totaal komt dit neer op 42 uur (1,75 uur per week, wat volgens de klant overeenkomt met de praktijk).

Terugkijkend op de casus en de aspecten uit het onderzoek van het Coronel Instituut voor Arbeid en Gezondheid kan de volgende conclusie worden getrokken: de genomen beslissingen en het toegekende regime zouden niet anders zijn met nieuwe kennis. In de casus zijn alleen de aspecten beschreven die relevant en van toepassing zijn op deze specifieke casus. Aspecten die niet beschreven zijn in de casus waren in dit geval niet relevant. Bij het beoordelen van een volgende casus zouden de 21 aspecten een goede leidraad kunnen zijn bij het beoordelen van het begeleidingsbehoefte.

Advies en vervolgstappen AD

Aan de afdeling voorzieningen is het advies gegeven om de aanvraag toe te kennen met een regime van 6 procent. Uit de urenberekening blijkt dat er 42 uur ondersteuning nodig zou zijn. Dit is een begeleidingsregime van (42/960) *100% = 4,37%. Om er zeker van te zijn dat de klant de persoonlijke begeleiding krijgt die ze nodig heeft, is een regime van 6 procent toegekend.