Methodisch handelen bij beeld- en oordeelsvorming tweede spoor re-integratietraject
Samenvatting

Korte situatieschets

Een werknemer van een zorginstelling arbeidsongeschikt geraakt voor haar functie van activiteitenbegeleider door een niet-arbeid gerelateerd incident. Daarbij heeft ze haar rechter dominante arm-hand ernstig geblesseerd. De werknemer blijkt niet herplaatsbaar bij de eigen werkgever. Voorafgaand aan de ziekmelding is er al sprake van boventalligheid: de functie van werknemer is tien maanden eerder opgeheven. Naar aanleiding van deze boventalligheid loopt er een outplacementtraject. De werknemer is niet tevreden over haar lopende begeleidingstraject richting werk bij een andere werkgever. De arbeidsdeskundige vraagt zich af hoe deze de werkgever een adequaat advies kan geven over het inkopen van een passend ondersteuningstraject voor tweede spoor re-integratie.

Onderzoeksvraag in de oorspronkelijke casus

Er zijn geen passende mogelijkheden bij de eigen werkgever, welk vervolgtraject is gewenst?

Conclusie van arbeidsdeskundige in casus

Op grond van het onderzoek concludeert de arbeidsdeskundige dat:

Ad A. de functie van activiteitenbegeleider voor medewerker niet passend is, omdat de belasting van de functie de belastbaarheid die de bedrijfsarts heeft aangegeven, op meerdere punten overschrijdt;

Ad B. het niet mogelijk is de eigen functie passend te maken zonder de essentie van de functie aan te tasten;

Ad C. er geen passende, of passend te maken mogelijkheden bij de eigen werkgever zijn, ook niet na een bijscholing;

Ad D. een vervolgtraject van belang is om de kansen op de arbeidsmarkt te benutten. De arbeidsdeskundige adviseert het huidige traject samen met werknemer te evalueren en zo nodig bij te stellen.

Kennis- en leervragen

  1. Zijn er methoden of hulpmiddelen voor de arbeidsdeskundigen beschikbaar die ze kunnen inzetten voor de beeld- en oordeelsvorming in het kader van een arbeidsdeskundig onderzoek, zodat ze een gericht en specifiek op de situatie van de werkzoekende geschreven advies kunnen geven aan de werkgever van deze persoon als het gaat om inkoop tweede spoor? Zo ja, welke?

  2. Welke instrumenten kunnen bijdragen aan een goede beeld- en oordeelsvorming voor tweede spoor-mogelijkheden van een werknemer met beperkingen? Welk instrument is in welke situatie en waarvoor bruikbaar?

  3. Wat is de waarde van welk instrument voor een arbeidsdeskundige?