Afname belastbaarheid bij doof geboren werknemer van middelbare leeftijd
Samenvatting

Korte situatieschets

De casus betreft een 51-jarige vrouw die werkzaam is als kok in een verzorgingshuis. Cliënte is op 49-jarige leeftijd uitgevallen in de huidige functie als gevolg van psychische klachten. Deze klachten worden mede veroorzaakt door het feit dat zij doof (geboren) is. Naarmate zij ouder wordt heeft zij als gevolg van de doofheid meer moeite met communiceren, conflicthantering en wisselende werkomstandigheden.

Onderzoeksvraag in de oorspronkelijke casus

In het kader van de beoordeling van het re-integratieverslag voor de aanvraag WIA is de oorspronkelijke onderzoeksvraag: zijn de re-integratie-inspanningen van de werkgever voldoende?

Conclusie van arbeidsdeskundige in casus

De arbeidsdeskundige komt tot de conclusie dat de werknemer weer in dezelfde gezondheidstoestand verkeert als vóór de datum van de ziekmelding en daarom hersteld gemeld had moeten worden. Nu dit is nagelaten worden de re-integratie-inspanningen als onvoldoende beschouwd.

Kennis- en leervragen

In de database voorbeeldcasuïstiek is al een aantal casussen opgenomen over re-integratie-inspanningen. Deze casus richt zich specifiek op de doofheidsvraagstukken van de cliënte.

  1. Verandert de belastbaarheid ten aanzien van het persoonlijk en sociaal functioneren bij een doof geboren werknemer naarmate deze ouder wordt significant anders dan bij een niet-doof geboren werknemer?

  2. Zo ja, om welke aspecten gaat het en wat zijn de beperkende gevolgen voor arbeid?

  3. Is er een relatie tussen duurbelasting op oudere leeftijd en doof geboren zijn (voornamelijk bij functies waarbij de belasting gelegen is op persoonlijk- en sociaal functioneren)? Zo ja, wat is deze relatie?

  4. Gelden de antwoorden voor doofgeborenen in gelijke mate voor doof worden op latere leeftijd? Zo nee, wat zijn de verschillen?